Het is half 11, ik steek een joint op… En terwijl ik aan mijn eerste kop koffie zit, wordt er op de deur geklopt door mijn secretaresse. “Pablo is er.”
Een enorme kerel met gouden tanden en tatoeages tot in zijn nek komt mijn kantoor binnen. Hij gaat tegenover me zitten, legt zijn pistool op tafel en haalt uit zijn Gucci rugzak een paar zakken wiet. “We gaan zakendoen. Zo niet, dan ga je slapen.”
Ik probeer zo rustig mogelijk te blijven en zeg: “Dat moet ik eerst aan mijn vriendin vragen.”
…Nee, natuurlijk niet. Zo gaat het alleen in films!
Het cliché versus de werkelijkheid
Het grappige is dat mensen soms echt denken dat werken in de cannabisbranche ontzettend spannend moet zijn. Ik kan je vertellen: dat valt behoorlijk tegen. Natuurlijk zitten we nog steeds in een vreemde gedoogconstructie en is vooral de achterkant van een coffeeshop allesbehalve normaal geregeld. Maar mijn gemiddelde werkdag lijkt echt niet op een aflevering van Narcos.
Een coffeeshop is voor het grootste gedeelte gewoon een bedrijf. We maken personeelsroosters, hebben ziekteverzuim, doen de boekhouding, bestellen verpakkingen, houden de voorraad bij, beantwoorden vragen van klanten en zorgen dat de winkel netjes is. We praten met de accountant, de bank en de gemeente. Onze medewerkers brengen ’s morgens hun kinderen naar school en staan daarna achter de balie.
Leveranciers zijn geen filmpersonages
Ook de meeste leveranciers die ik ken, lijken gelukkig in de verste verte niet op Pablo. Het zijn vaak gewoon fijne en eerlijke mensen met wie we jarenlang zaken doen. Mensen die trots zijn op wat ze maken en soms ongelofelijk veel kennis hebben van cannabis. Natuurlijk zitten er ook figuren tussen met wie ik liever geen zaken doe, maar die kom je volgens mij in de horeca, de bouw of de vastgoedwereld net zo goed tegen.
Toch blijft dat gangsterbeeld behoorlijk hardnekkig. In films en series is cannabis bijna automatisch verbonden met wapens, stapels cash en schimmige figuren. En eerlijk gezegd snap ik dat ook wel. Een coffeeshophouder die een half uur met zijn bedrijfsleider zit te praten over het personeelsrooster en het ziekteverzuim is natuurlijk waardeloze televisie.
Wat ik er wel jammer aan vind, is dat zo’n beeld ook buiten die films blijft hangen. Ik zie juist een branche waarin steeds meer ondernemers serieus met hun vak bezig zijn. Mensen met personeel op de loonlijst, een accountant, verzekeringen en een enorme hoeveelheid regels. Ondernemers die belasting betalen, investeren in hun zaak en gewoon proberen een goed bedrijf neer te zetten.
De achterdeur: de enige echte bizarre situatie
Dat wil niet zeggen dat alles normaal is. Zeker niet. Aan de voordeur moet alles tot achter de komma geregeld zijn, terwijl we aan de achterkant nog steeds met een half illegaal systeem zitten opgescheept. Dat is de bizarre werkelijkheid waarin coffeeshops al tientallen jaren moeten ondernemen. Niet omdat die ondernemers dat willen, integendeel, maar omdat het de politiek na vijftig jaar gedoogbeleid nog steeds niet is gelukt om ook de achterdeur van de coffeeshop te reguleren. Maar die idiote achterdeur situatie maakt de mensen die in en voor coffeeshops werken nog geen gangsters.
Mijn werkdag begon vanmorgen in ieder geval gewoon met een kop koffie (zonder joint). Daarna had ik een vraag over het onderhoudsplan en moest ik nog wat dingen voor de boekhouder uitzoeken. Ook heb ik nog een uurtje in de shop geholpen, en lekker gekletst met een aantal van onze klanten. Het was een heerlijke dag!
Pablo heb ik niet gezien.
Wat zegt de industrie?
Reageren op dit artikel is niet meer mogelijk (reageren kan tot 7 dagen na publicatie).











