Cannabisindustrie termen

Cannabisindustrie termen

Voor wie nieuw is met de cannabisindustrie kan het overweldigend zijn met de vele termen. Op cannabisindustrie.nl vind je een overzicht van de belangrijkste begrippen uit de sector. De lijst wordt regelmatig aangevuld.

Plantkundige en chemische termen

Cannabinoïden

Werkzame stoffen in de cannabisplant. Er zijn meer dan 100 verschillende cannabinoïden geïdentificeerd. De bekendste zijn THC en CBD.

THC (tetrahydrocannabinol)

De voornaamste psychoactieve stof in cannabis. THC veroorzaakt het roeseffect en staat op lijst I en II van de Opiumwet afhankelijk van de toepassing.

CBD (cannabidiol)

Cannabinoïde zonder psychoactief effect. CBD wordt onderzocht op therapeutische toepassingen en is in producten met minder dan 0,3% THC legaal verkrijgbaar in Nederland.

THCV (tetrahydrocannabivarin)

Cannabinoïde die bekend staat om het onderdrukken van honger en als anticonvulsivum. Voorlopig onderzoek wijst ook op neuroprotectieve eigenschappen.

CBN (cannabinol)

Cannabinoïde die ontstaat bij afbraak van THC. Bekend om slaapbevorderende, pijnstillende en antibiotische eigenschappen.

CBG (cannabigerol)

Wordt de moedercannabinoïde genoemd omdat het de voorloper is van THC en CBD. Ontdekt in 1965 door Raphael Mechoulam.

Terpenen

Verbindingen die de geur en smaak van cannabis bepalen. De meest voorkomende zijn Myrceen, Pineen, Caryofylleen, Limoneen en Terpinolene. Terpenen hebben ook eigen therapeutische eigenschappen.

Flavonoïden

Verbindingen in de bladeren van de cannabisplant met ontstekingsremmende, antioxiderende en antibiotische eigenschappen.

Full spectrum

Extract dat alle cannabinoïden, terpenen en flavonoïden uit de plant bevat. Het samenspel van deze stoffen wordt het entourage-effect genoemd.

Entourage-effect

Het wetenschappelijke principe dat cannabinoïden, terpenen en flavonoïden sterker werken in combinatie dan afzonderlijk.

Indica / Sativa / Hybride

Traditionele indeling van cannabisrassen. Indica staat bekend om ontspannend effect, sativa om stimulerend effect, hybride combineert beide. De wetenschappelijke waarde van deze indeling wordt steeds meer betwijfeld.

Beleid en juridische termen

Gedoogbeleid

Het Nederlandse systeem waarbij de verkoop van cannabis via coffeeshops formeel verboden is maar niet wordt vervolgd, mits aan de AHOJG-criteria wordt voldaan. Lees meer: Gedoogbeleid coffeeshops.

AHOJG-criteria

De vijf landelijke voorwaarden waaraan coffeeshops moeten voldoen om gedoogd te worden: geen Affichering, geen Harddrugs, geen Overlast, geen Jongeren onder de 18, geen Grote hoeveelheden (max. 500 gram voorraad, max. 5 gram per klant).

Opiumwet

De Nederlandse wet die het bezit, de verkoop en de productie van drugs reguleert. cannabis staat op lijst II (softdrugs). Lijst I bevat harddrugs.

Gedoogverklaring

Het gemeentelijke document waarmee een coffeeshop toestemming krijgt te opereren. Gemeenten bepalen zelf hoeveel gedoogverklaringen ze afgeven.

Achterdeurprobleem

De structurele tegenstrijdigheid in het gedoogbeleid: de verkoop via de voordeur van een coffeeshop is gedoogd, de inkoop via de achterdeur niet. coffeeshops zijn daardoor aangewezen op illegale leveranciers.

Wietexperiment

Het Nederlandse experiment waarbij gecertificeerde telers legaal geteelde cannabis leveren aan coffeeshops in tien gemeenten, om het achterdeurprobleem op te lossen. Gestart in 2023. Lees meer: Wietexperiment.

Damoclesbeleid

Gemeentelijk beleid op basis van artikel 13b van de Opiumwet, dat gemeenten de bevoegdheid geeft drugspanden te sluiten. Vernoemd naar het zwaard van Damocles.

Bibob

Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Gemeenten gebruiken Bibob-onderzoek om te voorkomen dat vergunningen worden verleend aan personen met criminele achtergrond.

Ingezetenencriterium

Gemeentelijke aanvulling op het gedoogbeleid waarbij alleen inwoners van de gemeente de coffeeshop mogen bezoeken. Niet overal van kracht.

Cannabisregulering

Het beleidsdebat over de vraag of Nederland de stap moet zetten van gedogen naar volledige wettelijke regulering van de cannabismarkt.

Bedrijfskundige termen

BMC (Bureau Medicinale Cannabis)

Overheidsinstantie onder het ministerie van VWS die verantwoordelijk is voor de regulering en distributie van medicinale cannabis in Nederland.

Bedrocan

De enige gecertificeerde teler van medicinale cannabis in Nederland. Levert gestandaardiseerde producten aan apotheken voor medicinale toepassingen en exporteert naar meerdere landen.

Coffeeshop

Horecagelegenheid in Nederland waar de verkoop van cannabis voor eigen gebruik door de gemeente is gedoogd. Coffeeshops mogen geen alcohol schenken en moeten voldoen aan de AHOJG-criteria.

Growshop

Winkel gespecialiseerd in materialen voor het kweken van planten, waaronder cannabis. De growshopwet maakt het faciliteren van illegale hennepteelt strafbaar.

Smartshop

Winkel die legale psychoactieve producten verkoopt zoals paddo’s, kratom en CBD-producten.

Headshop

Winkel die rookgerei en accessoires voor cannabisgebruik verkoopt, zoals vaporizers, papers en pijpen.

Vaporizer

Apparaat dat cannabis verhit zonder te verbranden, waardoor cannabinoïden worden verdampt zonder de schadelijke stoffen van verbranding.

DIMS (Drugs Informatie en Monitoring Systeem)

Monitoringssysteem van het Trimbos Instituut dat de samenstelling van drugs op de Nederlandse markt bijhoudt en waarschuwt bij gevaarlijke stoffen.

LADIS

Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem. Registreert behandelingen voor middelenproblematiek in Nederland.