Vanaf 1 januari 2026 hanteert het parket van (Belgisch) Limburg een vernieuwde richtlijn voor de aanpak van drugsbezit, waarbij cannabisbezit niet langer wordt gedoogd. Het beleid maakt geen onderscheid meer tussen verschillende illegale middelen. “Cannabis, lachgas of andere middelen: wie ze bij zich heeft, krijgt daar altijd een gevolg voor”, aldus openbaar aanklager Frank Bleyen in een persbericht. Mensen zonder woonplaats in België krijgen voortaan een geldboete bij overtreding, bevestigt een woordvoerder van het Belgisch Openbaar Ministerie.
Het parket wil met deze aanpak de normalisering van drugsgebruik tegengaan. “Drugsgebruik kan niet als onschuldig of vanzelfsprekend worden beschouwd: het brengt risico’s met zich mee voor de gezondheid, in het verkeer, in het gezin en op het werk”, staat in het persbericht. De minimale geldboete voor cannabisbezit bedraagt 8.000 euro, en er is een risico op een strafblad.
Jonge gebruikers krijgen voorrang op hulpverlening
Aan minderjarigen en jongvolwassenen tot 23 jaar besteedt het parket extra aandacht. Bij vaststellingen van drugsbezit binnen deze leeftijdsgroep wordt prioritair ingezet op begeleiding en hulpverlening. Hoewel gebaseerd op vrijwilligheid, is het traject niet vrijblijvend: wie erop ingaat en actief meewerkt, kan verdere justitiële gevolgen vermijden.
Voor meerderjarigen vanaf 24 jaar wordt het Onmiddellijke Minnelijke Schikking-beleid (OMS) uitgebreid. Tot nog toe werd dit alleen toegepast tijdens festivals, specifieke acties of evenementen. Vanaf 1 januari geldt dit voor alle vaststellingen op de openbare weg of op een publiek toegankelijke plaats.
Experts waarschuwen voor stigmatisering door strenger beleid
Niet iedereen is overtuigd van de nieuwe koers. Nationaal drugscoördinator Charlotte Colman stelde eerder dat zwaardere straffen vooral effect hebben op mensen die nog niet gebruiken. “Problematische gebruikers worden niet geholpen door repressie. Zij hebben vooral nood aan hulpverlening.”
Ook het Vlaams Expertisecentrum voor Alcohol en Drugs (VAD) uitte kritiek. Directeur Katleen Peleman vreesde dat een nultolerantiebeleid mensen juist afschrikt om hulp te zoeken. “Hoe groter het stigma, hoe kleiner de stap naar ondersteuning.”
Of het Limburgse initiatief navolging krijgt in andere Belgische provincies, blijft voorlopig afwachten.










