back to top
Advertentie
sirius
sirius
sirius
sirius
Home Wietproef Kabinet: inmenging tabaksindustrie in wietexperiment niet uit te sluiten

Kabinet: inmenging tabaksindustrie in wietexperiment niet uit te sluiten

Minister Hermans heeft laten weten in de beantwoording van Kamervragen van het CDA over de overname van CanAdelaar door Cronos Group dat de inmenging van de tabaksindustrie in het wietexperiment niet is te voorkomen en wijst op de periodieke Bibob-toets als enige controlemiddel.

CanAdelaar wietexperiment teler Hellevoetsluis
- Advertenties - Verbond voor Opheffing van het Cannabisverbod

Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VVD) heeft namens het kabinet gereageerd op twaalf Kamervragen over de inmenging van de tabaksindustrie in het wietexperiment. De vragen kwamen van CDA-Kamerleden Krul en Van den Brink. Zij wilden weten of tabaksgigant Altria via Cronos Group ongewenste invloed krijgt op het Nederlandse cannabisbeleid. De antwoorden werden afgelopen dinsdag 25 augustus 2026 naar de Tweede Kamer gestuurd, mede namens minister Van Weel (Justitie en Veiligheid, VVD).

Aanleiding voor de vragen was de aangekondigde overname van wietexperiment teler CanAdelaar door Cronos Group. Altria, eigenaar van onder meer Philip Morris en Marlboro, bezit 41 procent van de aandelen in Cronos en is dus minderheidsaandeelhouder. Het CDA vroeg zich in juni af of het kabinet die eigendomsoverdracht kan of wil tegenhouden.

Geen wettelijke grond om aandeelhouders te weren

Het kabinet schrijft dat het wettelijk kader van het wietexperiment geen bepaling bevat die deelname uitsluit op basis van de achtergrond van aandeelhouders.

Aangewezen telers dragen zelf de verantwoordelijkheid voor hun aandeelhoudersstructuur, net als elk ander Nederlands bedrijf.

Het kabinet kan eigendomsoverdrachten bij wietexperiment telers dan ook niet blokkeren, ongeacht wie de nieuwe eigenaar is.

Bibob-toets blijft het enige controlemiddel

Wel kan het ministerie een toets uitvoeren op grond van de Wet Bibob, als daar aanleiding toe bestaat. Alle aangewezen telers worden bovendien standaard elke twee tot drie jaar gescreend via zo’n Bibob-onderzoek. Dat gebeurt op basis van een motie van de Kamerleden Michon-Derkzen (VVD) en Bikker (CU).

Een wijziging in de aandeelhoudersstructuur, zoals de overname door Cronos, kan op zichzelf al reden zijn voor een Bibob-onderzoek. Een negatieve uitkomst heeft als ‘uiterste consequentie het intrekken van de aanwijzing’ valt te lezen in de brief.

Tabaksindustrie krijgt geen extra beperkingen in wietexperiment

Op de vraag of de agressieve verkoop- en lobbytechnieken van de tabaksindustrie ook de cannabisindustrie kunnen binnendringen, reageert het kabinet met herkenning van de zorgen. Het benadrukt dat de tabaksindustrie zich historisch kenmerkt door marketing- en lobbyactiviteiten die schadelijk zijn gebleken voor de volksgezondheid. Ook op vragen over door de tabaksindustrie gefinancierd wetenschappelijk onderzoek naar cannabis is het kabinet stellig. Het noemt die praktijk “zeer onwenselijk en verwerpelijk” en zegt geen beleid te baseren op onderzoek dat door de tabaksindustrie is gefinancierd.

Toch ziet het kabinet geen reden om de bestaande regels aan te scherpen. Preventiemaatregelen binnen het wietexperiment, zoals een reclameverbod, verplichte verpakkingseisen en voorlichting in coffeeshops, moeten volgens de bewindslieden voldoende waarborgen bieden. Onderzoek naar hoe vaak de tabaksindustrie al in de cannabismarkt investeert, wil het kabinet niet laten uitvoeren.

Op de vraag of tabaksbelangen straks invloed krijgen op het cannabisbeleid na afloop van het experiment, antwoordt het kabinet gerust te zijn. Dat risico schat het “klein” in, omdat de vervolgstappen vooral worden gebaseerd op de resultaten van het onafhankelijke onderzoeksconsortium. Dat consortium bestaat uit het WODC, Breuer&Intraval, RAND Europe en het Trimbos-instituut. Extra wettelijke of contractuele eisen aan investeerders van wietexperiment telers acht het kabinet daarom nu niet nodig.

WHO-kaderverdrag niet van toepassing op cannabis

Het CDA vroeg ook of artikel 5.3 van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging, dat overheden beschermt tegen tabakslobby, kan worden toegepast op het wietexperiment. Het kabinet antwoordt dat dit niet mogelijk is. Cannabisproducten vallen namelijk nog altijd onder de Opiumwet en gelden dus niet als legale producten, ondanks de gedoogconstructie binnen het experiment.

Daardoor zijn ook de Tabaks- en rookwarenwet en internationale tabaksverplichtingen niet van toepassing op de cannabisindustrie. Wat op zich opvallend is, want in het wietexperiment worden ook voorgedraaide joints met tabak verkocht. Dus ergens is deze overname zo gek nog niet als je voorgedraaide joints met tabak immers toestaat. Dat is nergens anders toegestaan op de wereld waar cannabis wordt gereguleerd.

Volgens de bijbehorende beslisnota aan de minister is de beantwoording overigens afgestemd met het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Verder is de overname van CanAdelaar nog niet afgerond. Cronos Group en CanAdelaar hebben de Long Stop Date voor de deal verlengd tot 9 september 2026, mede vanwege een lopende Bibob-procedure. De deal moet dus rond zijn binnen twee weken, mits het Bibob-onderzoek is afgrond natuurlijk.

Hieronder volgen voor de volledigheid alle twaalf Kamervragen en antwoorden. Ook te vinden via de website van de Tweede Kamer.

Alle 12 Kamervragen met antwoorden

Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht dat tabaksproducent Philip Morris in het Nederlandse wietexperiment is gestapt door deels eigenaar te worden van de grootste deelnemende teler?

Antwoord 1
In het bericht wordt aangegeven dat een onderneming uit de tabaksindustrie indirect eigenaar zou worden van een teeltbedrijf dat deelneemt aan het Experiment gesloten coffeeshopketen (hierna: wietexperiment). Over ontwikkelingen bij individuele deelnemers aan het wietexperiment kan het kabinet geen uitspraken doen. Wel kan in het algemeen het volgende worden aangegeven.

Het experiment is vormgegeven binnen een wettelijk kader waarin is vastgelegd aan welke eisen aangewezen telers moeten voldoen. Omstandigheden die voor de aanwijzing of instandhouding daarvan van belang kunnen zijn, worden beoordeeld op grond van het wettelijk kader. Ten aanzien van de aandeelhoudersstructuur geldt in algemene zin dat aangewezen telers, net zoals alle ondernemingen in Nederland, zelf de verantwoordelijkheid hebben voor de inrichting van hun bedrijf. Het wettelijk kader bevat geen bepaling die deelname uitsluit op basis van de achtergrond van aandeelhouders. Het kabinet kan eigendomsoverdrachten dus niet blokkeren.

Wel kan, indien daartoe aanleiding bestaat en de voorwaarden daarvoor zijn vervuld, een toets op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) worden uitgevoerd. Een wijziging in de aandeelhoudersstructuur kan aanleiding zijn voor een onderzoek op grond van de Wet Bibob. Bovendien worden alle aangewezen telers elke twee à drie jaar getoetst middels een Bibob-onderzoek, conform de motie van de leden Michon-Derkzen en Bikker. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek wordt beoordeeld welke gevolgen daaraan verbonden worden. Een uiterste consequentie is het intrekken van de aanwijzing.

Vraag 2
Zijn er meer voorbeelden bekend waarin de tabaksindustrie investeert in de cannabismarkt, via telers, coffeeshops of het financieren van wetenschappelijk onderzoek?

Antwoord 2
Dat is niet bekend, daarover wordt geen informatie verzameld.

Vraag 3
Bent u bereid te onderzoeken hoe vaak dit voorkomt en hoe de toenemende verwevenheid tussen de tabaksindustrie en de cannabismarkt er precies uit ziet?

Antwoord 3
Nee. Wel zullen beleidsmatig geleerde lessen van het wietexperiment, naast de onderzoeksresultaten over de effecten van de gesloten, gereguleerde cannabisketen die door het onafhankelijk onderzoeksconsortium worden opgesteld, onderdeel zijn van het gesprek over de toekomst van het Nederlandse cannabisbeleid. Het kabinet is van mening dat de huidige kennis over en ervaring met de tabaksindustrie onderdeel van dit gesprek is en zal moeten worden betrokken bij het vormgeven van het toekomstige cannabisbeleid.

Vraag 4
Deelt u de zorgen van experts dat deze ontwikkeling ervoor zal zorgen dat de agressieve verkoop- en lobbytechnieken van de tabaksindustrie worden gekopieerd naar de teelt en verkoop van wiet, zoals we ook hebben gezien bij vapes?

Antwoord 4
Het kabinet snapt de zorgen die hierover leven. De tabaksindustrie draagt niet bij aan de volksgezondheid met de verkoop van verslavende producten als tabak, sigaretten en vapes. Bovendien kenmerkt deze industrie zich door marketing- en lobbyactiviteiten die schadelijk zijn gebleken voor de volksgezondheid.

Het wettelijk kader voor het wietexperiment bevat generieke eisen voor alle deelnemende telers, onder andere vanuit het oogpunt van preventie. Hieronder vallen een volledig reclameverbod, verpakkings- en etiketteringseisen en verplichte kwaliteitstesten door laboratoria. Daarnaast is ieder cannabisproduct voorzien van een bijsluiter met informatie over de effecten en risico’s van cannabisgebruik, inclusief tips om de risico’s van het gebruik van cannabis te beperken. Voor coffeeshops in de deelnemende gemeenten geldt bovendien de verplichting om hun personeel te scholen in het geven van voorlichting over cannabisgebruik en de daaraan verbonden risico’s en om bezoekers te verwijzen bij problematisch gebruik. Deze coffeeshops dienen ook voorlichtingsmateriaal over cannabisgebruik en de bijbehorende risico’s van gebruik beschikbaar te hebben. De Inspectie Justitie & Veiligheid en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit houden toezicht op de naleving van de eisen.

Vraag 5
Deelt u de zorg dat hierdoor de kans groter wordt dat mensen bijvoorbeeld regelmatig gaan blowen én vapen, terwijl dit extra schadelijk is? Zo ja, hoe gaat u dat voorkomen?

Antwoord 5
Het is niet duidelijk dat dit een causaal verband betreft. Het doel van het kabinet is niet dat meer mensen cannabis gaan gebruiken. Aan het gebruik van cannabis zijn namelijk altijd gezondheidsrisico’s verbonden en het reguleren van de productie (al dan niet in een experiment) zorgt er niet voor dat cannabis veilig of niet schadelijk is. Om negatieve effecten vanwege commerciële belangen te voorkomen, zijn binnen het wietexperiment verschillende waarborgen en preventiemaatregelen getroffen, zoals toegelicht in de beantwoording van vraag 4.

Ontwikkelingen in drugsgebruik en de houding van jongeren ten aanzien van drugs worden nauwlettend gevolgd via monitoring. Het Trimbos-instituut verricht doorlopend onderzoek naar factoren die van invloed kunnen zijn op drugsgebruik onder minderjarigen en jongeren.

Het is bekend dat drugsgebruik en normalisering doorgaans het resultaat zijn van een samenspel van verschillende factoren. Er is meestal niet één afzonderlijke oorzaak aan te wijzen. Het kabinet ondersteunt dit onderzoek, onder meer via financiering van het Trimbos-instituut, zodat trends en mogelijke risicofactoren op tijd in kaart worden gebracht.

Vraag 6
Wat vindt u ervan dat een dochterbedrijf van Philip Morris wetenschappelijke artikelen financiert die zich richten op de vermeende voordelen van het gebruik van cannabis? Hoe vaak komt dit soort onderzoek gefinancierd door de tabaksindustrie voor?

Antwoord 6
Historisch gezien heeft de tabaksindustrie veel ervaring met het financieren van onderzoek dat aansluit bij haar belangen. Het kabinet vindt dit zeer onwenselijk en verwerpelijk. Niet omdat elk commercieel gefinancierd onderzoek automatisch onbetrouwbaar is, maar omdat de tabaksindustrie een lange geschiedenis heeft van strategisch omgaan met wetenschap. Onafhankelijk onderzoek is zeer belangrijk, zeker wanneer het gaat om de gezondheid van mensen. Het kabinet baseert dan ook geen beleid op onderzoeken die door de tabaksindustrie zijn gefinancierd.

Vraag 7
Acht u het wenselijk dat ondernemingen die direct of indirect verbonden zijn aan de tabaksindustrie een positie verwerven binnen het Nederlandse wietexperiment? Zo ja, waarom? Zo nee, welke mogelijkheden ziet u om dergelijke betrokkenheid te beperken?

Antwoord 7
Bij de opzet van het experiment is ervoor gekozen de markt vrij te laten aan telers en coffeeshops. Daarbij past dat elke legale commerciële partij die voldoet aan de gestelde eisen en criteria, in aanmerking kan komen voor een aanwijzing als teler. Om negatieve effecten vanwege commerciële belangen zoveel mogelijk te voorkomen, zijn binnen het wietexperiment verschillende waarborgen en preventiemaatregelen getroffen, zoals toegelicht in de beantwoording van vraag 4. Verder geldt dat het wettelijk kader geen bepaling bevat die deelname uitsluit op basis van de achtergrond van aandeelhouders, zoals toegelicht in het antwoord op vraag 1.

Tegelijkertijd is het wietexperiment gestart om gehoor te geven aan de problemen die burgemeesters ervaren met het huidige gedoogbeleid. Het kabinet vindt het daarom belangrijk om te onderzoeken wat de effecten zijn van een gereguleerde cannabisketen op volksgezondheid, criminaliteit en veiligheid. Dat helpt bij het besluit over het vervolg van het cannabisbeleid. Het kabinet heeft daarom in het coalitieakkoord afgesproken om het wietexperiment voort te zetten, en, zoals in het wettelijk kader is vastgelegd ook te evalueren. Op basis van de uitkomsten worden de vervolgstappen bepaald.

Vraag 8
Hoe verhoudt de betrokkenheid van de tabaksindustrie bij deelnemende telers zich volgens u tot de doelstellingen van het wietexperiment op het gebied van volksgezondheid, verslavingspreventie en het terugdringen van de illegale markt?

Antwoord 8
Het kabinet beoogt met het wietexperiment inzicht te krijgen in de vraag of het mogelijk is om een gesloten, gereguleerde cannabisketen te creëren en welke effecten dit heeft op de volksgezondheid, criminaliteit en veiligheid. De effecten worden inzichtelijk gemaakt door het onafhankelijk onderzoeksconsortium en zullen het gesprek over de toekomst van het Nederlandse cannabisbeleid verder brengen. Er zijn binnen het wietexperiment geen doelen geformuleerd ten aanzien van verslavingspreventie of het terugdringen van de illegale markt, het experiment is een exploratief onderzoek.

Vraag 9
Bent u bereid te onderzoeken of, analoog aan artikel 5.3 van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging, aanvullende waarborgen nodig zijn om invloed van de tabaksindustrie op het Nederlandse cannabisbeleid en het wietexperiment te voorkomen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 9
Artikel 5.3 van WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging is niet van toepassing op het wietexperiment. De reden hiervoor is dat cannabis(producten) niet als legale producten worden aangemerkt. De Wet Experiment gesloten coffeeshopketen regelt in essentie dat de aangewezen telers uitgezonderd zijn van de strafbaarstelling onder de Opiumwet, mits zij voldoen aan de in het wietexperiment opgenomen eisen. De cannabisproducten die geproduceerd worden binnen het wietexperiment blijven echter nog steeds onder de Opiumwet vallen en zijn daardoor nog steeds illegaal. Hieruit volgt dat de Tabaks- en rookwarenwet en de Tabaksproductenrichtlijn niet van toepassing zijn op de producten die binnen dit experiment worden verkocht. Daarbij past de conclusie dat internationale verplichtingen ook niet van toepassing zijn.

Dat neemt niet weg dat het kabinet de zorgen die hierover leven serieus neemt. De tabaksindustrie draagt niet bij aan de volksgezondheid met de verkoop van verslavende producten als tabak, sigaretten en vapes. Bovendien kenmerkt deze industrie zich door marketing- en lobbyactiviteiten die schadelijk zijn gebleken voor de volksgezondheid. Naast de onderzoeksresultaten over de effecten van de gereguleerde cannabisketen die door het onafhankelijk onderzoeksconsortium in kaart worden gebracht, zijn ook de beleidsmatig geleerde lessen van belang voor het gesprek over de toekomst van het Nederlandse cannabisbeleid. Het kabinet is van mening dat de huidige kennis over en ervaring met de tabaksindustrie onderdeel van dit gesprek is en zal moeten worden betrokken bij het vormgeven van het toekomstige cannabisbeleid.

Vraag 10
Kunt u uitsluiten dat partijen die direct of indirect verbonden zijn aan de tabaksindustrie via deelnemende telers invloed kunnen uitoefenen op de toekomstige vormgeving van het cannabisbeleid na afloop van het experiment? Zo nee, welke risico’s ziet u daarin?

Antwoord 10
De risico’s voor het uitoefenen van invloed op de toekomstige vormgeving van het cannabisbeleid acht het kabinet klein. Aangezien met name de onderzoeksresultaten over de effecten van de gesloten, gereguleerde cannabisketen die door het onafhankelijk onderzoeksconsortium in kaart worden gebracht en het eindverslag van de onafhankelijke begeleidingscommissie de basis hiervoor vormen.

Vraag 11
Welke wettelijke en contractuele mogelijkheden bestaan er momenteel om eisen te stellen aan investeerders, aandeelhouders of uiteindelijk belanghebbenden van deelnemers aan het wietexperiment?

Antwoord 11
Het wettelijk kader bevat geen bepaling die deelname uitsluit op basis van de achtergrond van aandeelhouders, zoals toegelicht in het antwoord op vraag 1.

Vraag 12
Bent u bereid te bezien of deze mogelijkheden moeten worden aangescherpt om betrokkenheid van de tabaksindustrie te voorkomen?

Antwoord 12
Nee. Het kabinet ziet op dit moment geen aanleiding voor aanvullende regels. Naast de onderzoeksresultaten over de effecten van de gereguleerde cannabisketen die door het onafhankelijk onderzoeksconsortium in kaart worden gebracht, zijn ook de beleidsmatig geleerde lessen van belang voor het gesprek over de toekomst van het Nederlandse cannabisbeleid. Het kabinet is van mening dat de samenhang tussen het tabaks- en cannabisbeleid hier onderdeel van is en zal moeten worden betrokken bij het toekomstige cannabisbeleid.

Wat zegt de industrie?

Reageren op dit artikel is niet meer mogelijk (reageren kan tot 7 dagen na publicatie).

- Advertenties -