Dit artikel verscheen als eerste op de website van August de Loor en is hier met toestemming geplaatst.

Dat eerste begrip begint na jarenlange aarzeling eindelijk meer vaste voet aan de grond te krijgen bij pers, publiek en politiek! Nu nog dat van geïnstitutionaliseerd stigma over zowat alles wat met drug en druggebruik te maken heeft.

Nu nog dat van geïnstitutionaliseerd stigma over zowat alles wat met drug en druggebruik te maken heeft

Voorbeelden te over zoals de recente Veiligheidsmonitor 2020 enquête van het onderzoeksbureau van de gemeente Amsterdam met vragen voor de bewoners in Amsterdam en naburige steden van wat zij als meeste overlast ervaren in de directe omgeving. Met in het rijtje voorbeelden zoals hondenpoep, de volgende omschrijving van drugsgebruik of drugshandel: ‘op straat of in coffeeshops’?

Drugsgebruik wordt als overlast beschouwd

Op deze omschrijving is een spervuur aan commentaar te leveren zoals dat de opstellers van deze monitor kennelijk geen onderscheid zien tussen de illegale praktijken van straatdealers met die van de legale verkoop en consumptie van cannabis in coffeeshops, terwijl nota bene dat laatste de dagelijkse praktische, succesvolle uitvoering is van een van de belangrijkste doelstellingen van het Nederlandse drugsbeleid van de scheiding tussen de markten van die van softdrugs met die van harddrugs.

Daarnaast valt in de enquête op dat waar bij alle andere voorbeelden een directe verwijzing gegeven wordt naar vormen van overlast dit bij bovenstaande zin ontbreekt. Kortom, kennelijk alleen al drugsgebruik an sich wordt als overlast beschouwd.

Dit alles krijgt een nog meer macaber karakter van dat de vraag aangaande de eventuele overlast van cafés “weggestopt” is in; hinder van horecagelegenheden zoals cafés, restaurants of snackbars.

in de overlast enquête worden cafés gerangschikt onder snackbars en coffeeshops onder straatdealers

Kortom waar cafés dezelfde functies hebben als coffeeshops, maar dan voor het in een prettige omgeving consumeren van alcohol, worden in de overlast enquête cafés gerangschikt onder snackbars en coffeeshops onder straatdealers.

Sinds hij in 1970 de eerste straathoekwerker van Nederland werd, is August de Loor betrokken bij alles rond drugs en drugsbeleid in Amsterdam en ver daarbuiten. Jarenlang runde hij het Adviesburo Drugs en verrichtte hij pionierswerk op het gebied van harm reduction: XTC testen op feesten, de Safe House campagne, heroïneverstrekking én de coffeeshop als cruciaal onderdeel van het drugsbeleid. Niet alleen voor de overheid, maar ook voor de coffeeshopbranche is hij een luis in de pels. In december 2017 ontving August de Frans Banninck Cocqpenning voor zijn belangrijke bijdrage aan het Amsterdamse, landelijke en internationale drugsbeleid.