Een van de meest gerenommeerde programma’s van de Nederlandse tv, Tegenlicht van de VPRO (helaas niet meer op TV door bezuinigingen), heeft recentelijk aandacht gegeven aan de War on Drugs en de commercialisering van cannabis in het bijzonder in een nieuwe aflevering.
Sinds 2012, toen de Amerikaanse staten Washington en Colorado als eerste cannabis legaliseerden, heeft de wereldwijde cannabismarkt zich razendsnel ontwikkeld legt hij uit. Canada en Duitsland volgden later. Koram wijst op een belangrijke economische context: na de financiële crisis van 2008 zocht kapitaal nieuwe markten. Cannabis bleek aantrekkelijk, zowel als product als belastingbron.
De cijfers illustreren die verschuiving. In Canada alleen al heeft legalisering naar schatting meer dan 76 miljard dollar aan economische waarde toegevoegd, aldus Koram. Inmiddels bestaan er grote cannabisbedrijven en zijn er zelfs miljardairs die hun vermogen volledig in de legale cannabismarkt hebben verdiend.
De keerzijde: cannabis wordt nu verhandeld via beursfondsen (ETF’s) en gepromoot via apps en sociale media, een ontwikkeling die volgens Koram tien jaar geleden ondenkbaar was.
Drie modellen, drie visies op regulering
Niet elk land kiest voor hetzelfde model van cannabisregulering. Koram onderscheidt drie aanpakken met elk andere maatschappelijke gevolgen.
Het commerciële model, zoals in de meeste Amerikaanse staten, is gericht op winstmaximalisatie. Dat model heeft grote bedrijven voortgebracht, maar ook kritiek uitgelokt op agressieve marketing en intensivering van gebruik, vergelijkbaar met de online gokindustrie.
Het social equity-model, zoals in New York, probeert historisch onrecht te herstellen. Gemeenschappen die het zwaarst getroffen zijn door de War on Drugs, krijgen voorrang bij vergunningverlening en ontvangen een deel van de belastingopbrengsten.
Het coöperatieve model, toegepast in Duitsland (teeltverenigingen) en in Spanje (Cannabis Social Clubs), legt de nadruk op kleinschaligheid en gemeenschapszin. Individuen telen zelf of participeren in non-profitclubs, in plaats van cannabis als consumentenproduct te kopen.
Historische context: macht en controle
Koram plaatst de huidige transitie in een bredere historische lijn. Van de koloniale opiumhandel door de VOC in Indonesie tot de Amerikaanse War on Drugs: drugsbeleid draaide volgens hem altijd om macht, controle en economisch gewin. Volksgezondheid stond zelden bovenaan de agenda.
Die erfenis werkt door in het heden. In het ene land kan iemand miljonair worden met de legale cannabishandel, terwijl een paar honderd kilometer verderop dezelfde handel tot een gevangenisstraf leidt. Die ongelijkheid maakt de huidige tussenfase volgens Koram politiek en moreel urgent.
Hetzelfde patroon dreigt zich te herhalen bij psychedelica, die steeds vaker worden onderzocht als therapeutisch middel. Als farmaceutische bedrijven de markt betreden, waarschuwt Koram voor patenten, hoge prijzen en beperkte toegang: een bekende dynamiek die gemeenschappelijke kennis omzet in een commercieel product.
Raam van mogelijkheden sluit zich
De kernboodschap van Koram is dat het raam van mogelijkheden voor een alternatieve cannabisregulering beperkt is. Voordat wetgeving en normen definitief worden vastgelegd, is er nog ruimte om te kiezen voor modellen die eigendom, toegang en sociale rechtvaardigheid centraal stellen.
“We have something to choose,” stelt Koram in het Tegenlicht-interview. Die keuze gaat over wie profiteert van legalisering en wie de lasten blijft dragen.
De wereldwijde verschuiving in drugsbeleid biedt een historische kans. Of die kans leidt tot een rechtvaardigere cannabismarkt, hangt af van politieke keuzes die nu worden gemaakt.









