De Raad van State heeft op 20 mei 2026 de hoger beroepen van de twee Almelose coffeeshops Jemig de Pemig en De Tuin verworpen. Beide coffeeshops vochten tevergeefs de tijdelijke (schaarse) coffeeshopvergunning aan die de gemeente Almelo in december 2021 invoerde. De hoogste bestuursrechter bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank Overijssel.
De uitspraak markeert het voorlopige einde van een juridisch conflict dat ruim vier jaar heeft geduurd. De coffeeshopondernemers verzetten zich tegen de omzetting van hun vergunning voor onbepaalde tijd naar een tijdelijke vergunning van maximaal vijf jaar.
Gemeente wijzigt APV in 2021
Eind 2021 stelde de gemeenteraad van Almelo een nieuwe Algemene Plaatselijke Verordening (APV) vast. Daarin werd bepaald dat coffeeshopvergunningen voortaan nog slechts vijf jaar geldig zijn, een zogenaamde schaarse vergunning.
Almelo heeft slechts twee coffeeshoplocaties. De bestaande vergunningen van Jemig de Pemig en De Tuin vervielen daardoor. Beide stichtingen kregen zes maanden de tijd om een nieuwe vergunning aan te vragen, met behoud van de oude vergunning totdat op de aanvraag was beslist.
De ondernemers maakten bezwaar, maar zowel de gemeenteraad als de burgemeester verklaarden de bezwaren niet-ontvankelijk. Bezwaar maken tegen een APV is juridisch niet mogelijk, omdat een APV een algemeen verbindend voorschrift is.
Rechtbank en Raad van State volgen gemeente
De coffeeshopondernemers stapten vervolgens naar de rechtbank Overijssel in Zwolle. Die oordeelde in april 2024 dat de APV-bepalingen inderdaad algemeen verbindende voorschriften zijn. Bezwaar en beroep daartegen zijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet mogelijk.
In maart 2026 behandelde de Raad van State de hoger beroepen. Stichting Jemig de Pemig betoogde dat de APV-wijziging in de praktijk alleen haar en De Tuin raakte, en daarmee het karakter had van een besluit. De Raad van State verwerpt dit standpunt. Het feitelijk raken van slechts twee partijen verandert het algemene karakter van de verordening niet.
Ook het beroep op de Europese Dienstenrichtlijn slaagde niet. De Raad van State oordeelt dat de stichtingen de rechtmatigheid van de APV-bepalingen kunnen aanvechten in de procedures over hun nieuwe vergunningen. Die weg staat open en is niet onredelijk bezwarend, aldus de uitspraak.
Tweede procedure over tijdelijke coffeeshopvergunning loopt nog
De juridische strijd is hiermee niet ten einde schrijft Tubantia. Beide stichtingen beschikken inmiddels over een nieuwe exploitatievergunning, maar ook daarover loopt een zaak bij de Raad van State. In die tweede procedure staat opnieuw de vijfjaarstermijn ter discussie.
Een bijkomend punt betreft de tenaamstelling van de vergunning. Almelo geeft sinds de APV-wijziging alleen nog persoonsgebonden vergunningen uit, terwijl de ondernemers willen dat de vergunningen op naam van hun stichtingen komen te staan. De gemeente stelt dat persoonsgebonden vergunningen betere handhaving mogelijk maken.
Wanneer de Raad van State de tweede zaak behandelt, is op dit moment niet bekendgemaakt.










