Het wietexperiment bereikte gisteren, 7 april 2026, zijn eerste verjaardag sinds de experimenteerfase van start is gegaan. De Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) voerde in dat jaar 46 inspecties uit bij de tien wietproef telers en stelde daarbij 42 overtredingen vast. De inspectie benadrukt dat er geen aanwijzingen zijn dat legale telers contact hebben gehad met het illegale circuit. Ook vermelden ze niet bij welke telers de overtredingen zijn geconstateerd. De overtredingen betroffen voornamelijk onjuiste registraties in het digitale registratiesysteem en het niet naleven van beveiligingsvoorschriften.
Sancties variëren van waarschuwing tot dwangsom
Voor de 42 vastgestelde overtredingen legde de Inspectie JenV in totaal 32 sancties op. Die bestonden uit zes informele waarschuwingen, dertien formele waarschuwingen, vier voornemens tot een last onder dwangsom, vier lasten onder dwangsom, vier verbeuringen en één indringend gesprek met de betreffende teler. De inspectie legt uit dat sancties alleen worden opgelegd bij daadwerkelijke fouten, niet bij kleine menselijke vergissingen.
De dwangsommen varieerden in hoogte van duizend tot twintigduizend euro. Een last onder dwangsom houdt in dat een teler de fout moet herstellen. Lukt dat niet op tijd, dan volgt betaling. In vier gevallen herstelden telers de overtreding niet tijdig, wat leidde tot inning van de dwangsom. De periode vóór 2025 gold als aanloopperiode. Vanaf januari 2025 legt de inspectie daadwerkelijk sancties op.
Derrick Bergman, woordvoerder van de stichting Verbond voor Opheffing van het Cannabisverbod (VOC), plaatst de overtredingen in perspectief. Naar aanleiding van het inspectierapport reageerde hij op Twitter dat de overtredingen wat hem betreft nergens over gaan, tenzij het de strenge eisen voor registratie en beveiliging zijn die hij als zwaar overdreven beschouwt. Bergman doelt daarmee op het uitgebreide track-and-trace systeem dat telers verplicht zijn bij te houden. Elke plant heeft een eigen QR-code en moet volledig traceerbaar zijn van zaad of stekje tot levering aan de coffeeshop.

Eerste jaar: uitdagingen en overwegend positieve geluiden
Bij de start van de experimenteerfase op 7 april 2025 konden slechts vijf van de tien telers leveren. Inmiddels zijn alle tien actief. Rick Bakker, directeur van Hollandse Hoogtes, één van de telers, omschrijft de ontwikkeling tegenover Trouw als snel: in het begin moesten partijen aan elkaar wennen, maar inmiddels gaat het naar eigen zeggen hartstikke goed. Zijn bedrijf breidt de productiecapaciteit sindsdien flink uit.
Tegenover De Telegraaf nuanceert Bakker dat de verschillen tussen telers groot zijn. Cannabis kweken is wat anders dan tomaten en komkommers kweken, aldus Bakker, doelend op het onderscheid in ervaring en teeltmethode tussen high-end indoor wiet en goedkopere kasproducten. Consumenten waarderen volgens hem vooral de constante kwaliteit: coffeeshops die bij meerdere illegale telers inkochten konden de smaak niet garanderen, bij legale telers weten ze precies wat ze kopen.
Simone van Breda, voorzitter van de Bond van Cannabis Detaillisten, signaleert tegenover Trouw dat er in het begin veel weerstand was tegen gereguleerde hasj, die anders smaakt en duurder is dan Marokkaanse hasj. Inmiddels is het grootste deel van de klanten overgestapt, zegt zij. Marcel, bedrijfsleider van Boerejongens in Almere wijst tegenover De Telegraaf op een concreet voordeel: ze weten precies wat ze inkopen en krijgen gewoon netjes een factuur.

Geuroverlast blijft een aandachtspunt, met name in Voorne aan Zee, waar de grootste kwekerij van het land staat, namelijk CanAdelaar. Omwonenden storen zich aan de lucht die van de kassen afkomt, en de gemeente heeft aangegeven van de kwekerij af te willen, aldus Trouw. Inmiddels is CanAdelaar overgenomen door het Canadese Cronos en zijn er nieuwe geurfilters geïnstalleerd die zo’n 3 miljoen euro hebben gekost.
Politieke wind vooralsnog gunstig
Ondanks de voortgang vormt de illegale markt nog altijd een serieuze concurrent. De Telegraaf schrijft dat uit onderzoek blijkt dat een gram wiet in coffeeshops vóór het experiment gemiddeld ruim elf euro kostte, terwijl die op de illegale markt rond de zeven euro ligt. Illegale aanbieders werken bovendien met bezorgdiensten en volumekortingen, wat prijs en gemak als redenen om buiten de coffeeshop te kopen in stand houdt.
Joost Sneller, Tweede Kamerlid voor D66 en al jaren een drijvende kracht achter het experiment, is desondanks optimistisch. Op LinkedIn schrijft hij dat elke euro die niet in handen van de georganiseerde criminaliteit komt, maar terechtkomt bij bonafide ondernemers, winst is voor de rechtsstaat. Sneller stelt dat het vijftig jaar oude gedoogbeleid een verdienmodel voor criminelen in stand hield. De eerste ervaringen van telers, burgemeesters en coffeeshops stemmen hem optimistisch dat regulering van cannabisteelt op een manier die beter is voor veiligheid en volksgezondheid wél kan.
Historicus Arjan Nuijten van de Universiteit van Amsterdam, die het experiment volgt, hoort overwegend positieve geluiden vanuit gemeenten en bij consumenten, zo meldt hij aan Trouw. Hij wijst erop dat eerdere omstreden proeven, zoals het heroïne-experiment, uiteindelijk leidden tot blijvend beleid. Nuijten voegt toe dat de keuze bij de politiek blijft, maar dat het moeilijk te verdedigen is het experiment uit morele gronden te staken als de proef goed verloopt.
Onderzoeker Nicole Maalsté waarschuwt tegenover Trouw dat een voortijdig einde grote gevolgen heeft: coffeeshops zouden terug moeten naar oude leveranciers die er niet meer zijn, telers die miljoenen hebben geïnvesteerd zouden moeten afhaken en klanten zouden opnieuw moeten wennen aan andere producten, wat chaos en rechtszaken zou veroorzaken.
Burgemeester Paul Depla van Breda, een van de deelnemende gemeenten, sluit zich aan bij de roep om versnelling. Als Nederland over vier jaar af wil van het hypocriete gedoogbeleid, moet er snel worden doorgepakt, aldus Depla tegenover Trouw.
Wietexperiment loopt officieel tot eind 2029
Het wietexperiment loopt officieel tot eind 2029. Daarna volgt de afbouwfase, mocht er besloten worden om terug te gaan naar de situatie voor het experiment.

Als er dus zal worden besloten om de gesloten coffeeshopketen verder uit te rollen over het land, dan is er dus geen afbouwfase nodig.
Er kan ook besloten worden de huidige experimenteerfase nog 1,5 jaar te verlengen.










