Cannabisregulering op Sint Maarten vergt een zorgvuldige en evidence-based practice (EBP, handelen op basis van bewijs) zo klonk het afgelopen vrijdag 14 augustus tijdens een symposium aan de University of St. Martin (USM) in Philipsburg schrijft The Daily Herald. Sprekers bespraken de gevolgen van regulering voor volksgezondheid, jongerenbescherming en de economie van Sint Maarten en de bredere Caribische regio.
Update, 1 september 2026: Parlementariër noemt uitvoering cannabisregulering Sint Maarten sneaky
Minister Grisha Heyliger-Martin van Toerisme, Economische Zaken, Transport en Telecommunicatie (TEATT) benadrukte dat de discussie verder moet gaan dan cannabis als product alleen. Volgens haar spelen ook gezondheid, veiligheid, economische ontwikkeling, landbouw, onderwijs en handhaving een rol. Ze wees erop dat cannabis al aanwezig is op het eiland, waardoor de overheid niet vanaf nul begint. De bestaande illegale markt biedt volgens haar weinig zicht op productkwaliteit, sterkte, toegang en distributie.
De minister stelde dat regulering niet verward mag worden met het aanmoedigen van cannabisgebruik. Een toekomstig kader zou volgens haar duidelijke regels moeten bevatten over wie mag deelnemen, wat verkocht mag worden, productcontrole en etikettering, jongerenbescherming, monitoring en handhaving. Dit sluit aan bij eerdere berichtgeving over het parlementaire debat over de voorgestelde reguleringsstructuur.
Rastafari-gemeenschap vraagt om erkenning en rechten
Rastafari-vertegenwoordiger Ras Iroy riep op tot een inclusieve cannabisindustrie die de religieuze, culturele en historische band van de gemeenschap met cannabis erkent. Hij stelde dat de Rastafari-gemeenschap jarenlang is gediscrimineerd en gecriminaliseerd vanwege sacramenteel en cultureel gebruik. Als mogelijk voorbeeld noemde hij Saint Kitts en Nevis, waar wetgeving bepaalde Rastafari-rechten erkent. Maar ook kan gewezen worden naar Grenada, een ander Caribisch eiland.
Iroy pleitte voor juridische erkenning van Rastafari, het schrappen van eerdere cannabisveroordelingen, training van wetshandhavers, teeltrechten, financiële steunmaatregelen en industrietraining. Hervormingen zouden volgens hem ook reparatieve gerechtigheid (het erkennen en herstellen van toegebrachte schade) moeten adresseren, zodat de gemeenschap kan meeprofiteren van een opkomende industrie.
Onderzoek naar jongeren en medicinale regulering
Onderzoek van Leslie-Cijntje wees uit dat ongeveer 37,3 procent van de ondervraagde 15-jarigen aangaf cannabis te gebruiken, tegenover 16,8 procent in Nederland. Het onderzoek betrok leerlingen, ouders, docenten en schoolmedewerkers. Leslie-Cijntje uitte zorgen over cannabis die als onschuldig wordt gezien, gebruik als copingmechanisme bij stress en trauma, en de groeiende populariteit van vapen. Ze pleitte voor voorlichting op scholen, getrainde counselors, bewustwordingsprogramma’s voor ouders en strengere regels rond vapen.
Arts en beleidsadviseur dr. Joseph Rosado presenteerde een kader waarin het zorgsysteem voorrang krijgt op commerciële ontwikkeling. Hij noemde vijf pijlers voor medicinale cannabisregulering: patiëntbescherming, scholing van artsen, productcontrole, gemeenschapsbescherming en het meten van uitkomsten. Producten moeten volgens hem herleidbaar zijn, zodat problematische partijen teruggeroepen kunnen worden. Jongerenbescherming moet zich ook uitstrekken tot verpakking, reclame en leeftijdscontrole.
Caribisch perspectief en gefaseerde invoering
Dr. Machel Emanuel van de University of the West Indies belichtte het economische potentieel vanuit regionaal perspectief. Hij wees op de langdurige culturele, religieuze en economische wortels van cannabis in het Caribisch gebied, naast uiteenlopende nationale beleidskeuzes rond medicinaal gebruik, decriminalisering en regulering. Internationale drugsverdragen beperken volgens hem de beleidsruimte van kleine eilandstaten. Ontwikkeling van een binnenlandse cannabiseconomie vergt daarom samenwerking tussen overheid, wetenschap en bedrijfsleven, aldus Emanuel. Zijn bijdrage sluit aan bij eerdere berichtgeving over de zoektocht van de overheid naar expertise op weg naar een legale cannabisindustrie.
Heyliger-Martin lichtte toe dat de overheid een Cannabis Legislative Inter-Ministerial Work Group (CLIWG) heeft opgericht, omdat cannabisbeleid meerdere ministeries raakt. Financieel toezicht zou onder meer transparante eigendomsstructuren, traceerbare transacties, bankentoegang, seed-to-sale-monitoring, vergunningverlening en controle moeten omvatten. Rosado stelde voor de invoering gefaseerd te laten verlopen: eerst een juridisch en regelgevend fundament, dan een medische pilot, gecontroleerde uitbreiding en ten slotte een formele evaluatie op basis van resultaten. Deze voorzichtige koers weerspiegelt de eerder uitgesproken wens om goed voorbereid te zijn voordat Sint Maarten tot legalisering overgaat.
Eerdere verkenning door BES-eilanden
In 2021 schreven de BES-eilanden overigens een brief aan toenmalige minister van Justitie, destijds Grapperhaus (CDA), waarin ze vroegen om het cannabisbeleid gelijk te trekken met het Nederlandse cannabisbeleid.
Net voor het einde van het jaar 2022 kwam er een antwoord van de toen minister Yeşilgöz (VVD): het verzoek werd afgewezen.
Sint Maarten is echter, net als Aruba en Curaçao, een autonoom land binnen ons Koninkrijk en niet onderdeel van de BES-eilanden. Het heeft een eigen regering, eigen parlement en eigen wetgevende bevoegdheid over onderwerpen zoals het drugsbeleid. Het land gaat dus zelf over de regulering van cannabis. Wat de kans van slagen groter maakt.
Wat zegt de industrie?
Reageren op dit artikel is niet meer mogelijk (reageren kan tot 7 dagen na publicatie).










